De standaardverdeler werkt door een mengprincipe. De hoge temperatuur van het aanvoerwater wordt voor 50 procent gemengd met het afgekoelde retourwater. Hierbij is het dus van belang dat de aanvoertemperatuur hoog genoeg is om te worden aangemengd. Deze temperatuur is tenminste 70 graden Celsius. De keteltemperatuur zal omhoog moeten om voldoende warmte aan te leveren voor het mengprincipe.

 

Een alternatieve oplossing is de Robot LTV verdeler. Deze is geschikt voor CV-ketels met een lage aanvoerwatertemperatuur tot 60 graden Celsius.

Een Master/Slave regeling bestaat uit een Hoofdthermostaat (Master) en één of meer thermostaten (Slave) die afhankelijk is (zijn) van wat de hoofdregeling bepaald.

Wat houdt het regelen per ruimte in?

Het per ruimte installeren van een kamer ofwel ruimtethermostaat welke communiceert met een Master-unit welke bij de verdeler hangt en zorgt voor het openen en sluiten van verschillende groepen bij warmtevraag. Deze Master-unit zorgt eventueel ook voor een pomp-en/of ketelsignaal.

Een installatie moet ingeregeld worden om het juist opwarmen van de vloerverwarmingsgroepen te kunnen garanderen. Vloerverwarmingsgroepen kunnen ten opzichte van elkaar een afwijkende lengte hebben, waardoor er een onbalans is tussen de groepen. Inregelen is het balanceren van de groepen ten opzichte van elkaar.

Het aantal ruimtes dat u met vloerverwarming kunt verwarmen hangt af van de grootte van de ruimtes. Zo is een vuistregel dat op elke groep van de vloerverwarmingsverdeler circa 100 meter buis wordt aangesloten.